Dit is de oprichtster van de allereerste Vrijwilligerscentrale

28 september 2020
jette1

De allereerste Vrijwilligerscentrale in Nederland werd in 1972 opgericht in Amsterdam, door Jette de Rooij. Deze dame is inmiddels bijna 85 jaar; klein van postuur maar nog altijd groots qua karakter. Met warme, sprekende ogen, en handen die haar vloeiende zinnen vol passie en daadkracht steeds ondersteunen. Ze heeft nog veel levendige herinneringen. We duiken samen vijftig jaar terug in de tijd.

Er was eens een bureau voor onder meer kamer- en au pair bemiddeling in Amsterdam, het MAI (Maatschappelijk Advies Informatiebureau). Op een wonderlijk en wat beladen adres: Zeedijk 1 – in een houten huis, het oudste huis van Amsterdam. In 1969 begon Jette de Rooij als MAI-directeur. “Al snel merkte ik dat we werden beschouwd als een ‘old fashioned’ instelling. Dat wilde ik graag verbeteren, door andere dingen te gaan doen.”

Op een winterse avond in 1972

“Ik werd op een idee gebracht: mensen die bij ons kwamen vertelden wel eens over hun zoektocht naar vrijwilligerswerk; dat ze soms bij een organisatie naar binnen stapten, puur ter oriëntatie, maar dat ze meteen zo geclaimd werden dat ze bijna geen ‘nee’ meer durfden te zeggen.
Toen realiseerde ik me: een intermediair zou eigenlijk ideaal zijn. Wellicht konden wij zoiets opzetten? Met als doel: een overzicht creëren van alle vrijwilligersmogelijkheden in Amsterdam, zodat mensen konden kiezen waar ze blij van werden en met deze organisatie in contact konden treden. Zo konden mensen ervaring opdoen met een ander beroep, kennis maken met allerlei aspecten van de Amsterdamse samenleving en vrienden maken, terwijl ze hun idealen realiseerden. Zo kwam het dat ik op een winterse avond in 1972 de naam ‘Vrijwilligerscentrale’ bedacht.”

Jette de Rooij in 1972

Jette de Rooij in 1972

Een bulletin via de post

“De mensen waarmee ik werkte waren enthousiast over het idee. We hadden geen extra geld, maar besloten het ‘erbij’ te doen. Stichtingen en maatschappelijke organisaties vroegen ons vrijwilligers te zoeken; ze gaven een duidelijke taakomschrijving en voorkeuren qua vrijwilliger (talenten, beschikbare tijd, buurt, etc.). Alle vrijwilligersklussen verzamelden we in kaartenbakken. Eentje met ‘exclusieve klussen’ en een met alle overige klussen. En een grijs boek met alle mensen die graag vrijwilligerswerk wilden doen: die kan dit heel goed, die kan dat heel goed. Zo zou het nu niet meer kunnen, maar toen werkte dat als een tierelier. Eens per twee maanden stuurden we per post een bulletin met daarin de nieuwste vrijwilligersklussen en klussen waar nog niemand voor gevonden was. Maar we belden mensen ook op of schreven een briefje als er iets binnenkwam wat geknipt voor diegene zou zijn of waar naar gevraagd was.”

Van een sjoelbakkenclub organiseren tot feesthoedjes maken

“De reacties waren overweldigend. ‘Een uitzendbureau voor vrijwilligers,’ schreef Parool. In zes maanden tijd hadden we meer dan 100 vrijwilligersklussen en ruim 300 reacties. Voornamelijk jongeren, soms ook ouderen. Voorbeelden van vrijwilligersklussen waren bijvoorbeeld: tekenleraar, zomerkampen begeleiden, sportlessen geven bij buurthuizen, bestuursklussen, een buurtfeest organiseren, een toespraak houden, 1000 feesthoedjes maken, helpen in de schooltuin of een sjoelbakkencup organiseren.”

Vrijwilligerswerk doe je voor jezelf?

“Het imago van vrijwilligerswerk destijds was aan de magere kant. Er leefde heel erg het idee dat je het alleen kon doen als je een pure idealist was, een echte wereldverbeteraar. Ik heb er veel meer de nadruk op gelegd: vrijwilligerswerk doe je ook voor jezelf. Je mág bijbedoelingen hebben, wensen of twijfels. Jij kiest, jij beslist, maar afspraak is wel afspraak. Dat was best vernieuwend en ietwat radicaal in die tijd. Ging dat niet te ver? Maar uiteindelijk kwam het het beeld over vrijwilligerswerk alleen maar ten goede. Want natúúrlijk haal je er zelf ook iets uit.”

(tekst gaat verder onder de foto)

Uitdagingen

“Eén ding weet je zeker als je iets nieuws opricht: ingewikkeld wordt het op momenten. Er kwamen vragen. Was je verzekerd tijdens het vrijwilligerswerk? Moest je zelf de reiskosten betalen? Was scholing vooraf niet noodzakelijk? Behielden werklozen wel hun uitkering? We gingen een uitdaging niet uit de weg, samen vonden we het wiel uit. En al snel werden er op andere plekken in het land ook vrijwilligerscentrales opgezet. Op televisie werd zelfs gepraat over een ‘werkwinkel’ – een landelijk punt om vrijwilligers en hulpvragers bij elkaar te brengen. Dat idee is al gauw verdwenen maar de vrijwilligerscentrales zijn tot en met vandaag gebleven. Destijds had ik natuurlijk nooit kunnen vermoeden dat dit concept en deze naam nu vijftig jaar later nog steeds gevoerd zouden worden door het hele land.”

Mevrouw, wat leuk dat ik u zie!

“Na zo’n zeven succesvolle jaren – al snel ontvingen we ook subsidie van de Gemeente Amsterdam voor de Vrijwilligerscentrale – ben ik in de Stadsvernieuwing gaan werken en andere dingen gaan doen. Toch ben ik de Vrijwilligerscentrale, vanaf het moment dat internet opkwam, altijd weer blijven volgen. Ik denk met veel plezier terug aan die tijd en het heeft een heel dierbare plek in mijn hart. En niet alleen bij mij, ik was eens in een plantentuin toen ik werd aangesproken door een dame: ‘Mevrouw, wat leuk dat u zie!’ Ik keek haar nietsvermoedend aan, herkende haar niet. ‘Ja,’ ging ze enthousiast verder, ‘ik heb van u dit vrijwilligersbaantje gekregen, vijfentwintig (!) jaar geleden en kijk nou, ik doe dit nog steeds met heel veel plezier.’ Ze gaf me vervolgens een hele rondleiding.
Ja, dit soort prachtmatches, dat is toch echt de kracht van een Vrijwilligerscentrale.”

In 1989 werd het MAI bureau opgeheven en is Vrijwilligers Centrale Amsterdam verder gegaan als zelfstandige stichting. Er worden nu jaarlijks zo’n 7000 matches gemaakt in Amsterdam.

Foto’s: Jackie Mulder
Interview: Vrijwilligers Centrale Amsterdam