Jan is al 14 jaar host bij EYE Filmmuseum

Jan zag EYE nog in aanbouw vanaf de pont en vroeg zich af wat voor gebouw dat toch was. Inmiddels is hij al 14 jaar host op dinsdagavond – en ziet hij het allerminst als vrijwilligerswerk. ‘Het is voor mij een uitje om hier te zijn.’
Een vriend zei: ‘Dat wordt het nieuwe filmmuseum, EYE. Daar hebben ze vast vrijwilligers nodig, dat is wel wat voor jou.’ Zo is Jan erin gerold. Jan was een van de eerste hosts. Hij combineerde het vrijwilligerswerk elf jaar lang met zijn baan. ‘Het was ook een afleiding. Even van huis weg en van de drukte van het werk. Die investering van een paar uurtjes om er lekker helemaal uit te zijn. Hoofd leegmaken, hier zijn en met mensen kunnen babbelen.’ Inmiddels is Jan drie jaar met pensioen. De dinsdagavond bij EYE is gebleven, samen met zijn vaste maatje. ‘Dat is heel gezellig en leuk en dat heb ik gehouden.’
Het gezicht van EYE
Als host controleer je niet alleen kaartjes. Je bent vooral gastheer. Je heet bezoekers welkom, helpt mensen op weg en bent het gezicht van het theater. ‘We zijn de eerste persoon die mensen zien als ze de bioscoop binnenkomen. Als mensen weggaan, groet je ze en wens je ze een fijne avond. Ook bij het verlaten van de zaal is dat leuk.’ Per dag zijn er drie shifts van vier uur. De hosts verdelen samen de vier zalen. In de avonden komen vooral bioscoopbezoekers. Veel daarvan zijn vaste bezoekers. ‘Want op dinsdag kom ik al jaren dezelfde mensen tegen. Altijd leuk om een praatje te maken. Wat ga je zien, waar ga je naartoe en hoe vond je het?’
‘Je hebt oog voor mensen’
Een host is ook een vraagbaak. Jan krijgt bijvoorbeeld vragen van toeristen die rechtstreeks uit een hotel komen en willen weten wat voor gebouw EYE is. Of mensen willen weten wat er voor kinderen te doen is of welke tentoonstelling er te zien is. ‘Aan de lichaamstaal van mensen kun je wel merken dat ze iets zoeken of iets willen weten. Als ik mensen al een paar rondjes heb zien lopen en ze zoeken iets, dan stap ik erop af. Het is belangrijk dat je je een beetje actief opstelt.’ Juist die korte ontmoetingen vindt Jan leuk. ‘Mensen gaan naar een film en ik vind het prettig dat er iemand is die een beetje actief is en mensen welkom heet.’
Een plek voor iedereen
Er is heel veel diversiteit; zo is EYE niet alleen een filmtheater, maar ook een museum over alles op het gebied van film. Er zijn vaste en tijdelijke tentoonstellingen en ook voor kinderen is er veel te doen. ‘Zo is er op zondagochtend een programma voor de allerkleinsten. Ze komen met hun ouders, doen spelletjes en mogen rondrennen. Ze kijken amper naar de film.’ ‘Het is een open gebouw, met een blik naar buiten. Je kunt over het terras lopen en buiten al beginnen. Dan denk je: hé, wat een leuke plek. Ik loop eens naar binnen.’ Ook binnen kun je gewoon zitten en naar buiten kijken. Een groepje jongeren ontmoet elkaar er bijvoorbeeld regelmatig, zonder gebruik te maken van het museum of filmaanbod. ‘Je kunt hier gaan werken met een laptop of in Amsterdam afspreken. Je hoeft alleen maar met het pontje over te steken. Het is een prachtige plek.’
‘Vrijwilligers zijn echt nodig’
Naast EYE doet Jan nog meer vrijwilligerswerk. Hij vindt het belangrijk om zich ook in zijn pensioen in te zetten voor dingen die nodig zijn en waar een ander iets aan heeft. ‘Vrijwilligerswerk is leuk, maar je moet het als vrijwilliger zelf ook leuk vinden. Anders houd je het niet vol.’ Volgens Jan zijn vrijwilligers onmisbaar voor EYE. ‘Zonder vrijwilligers kan EYE niet bestaan.’ Tijdens de films is er tijd voor een kop koffie en ontstaan er vanzelf gesprekken met collega-vrijwilligers. Jan voelt zich erg gewaardeerd als host. ‘We worden in de watten gelegd.’ Vrijwilligers kunnen onbeperkt naar de film en er zijn regelmatig film- en borrelavonden en een jaarlijks feest.
‘Het is echt een win-win’
Jan zou EYE iedereen aanbevelen. ‘Er zijn regelmatig hosts nodig en het is echt een leuke plek. Het werken in EYE heeft mijn verwachtingen meer dan overtroffen.’ Hij heeft het gebouw zien worden en vindt het nog steeds prachtig. ‘Als ik aan de overkant sta en ik kijk achterom, dan denk ik: ja, het is een hartstikke mooi gebouw. En het mag van mij nog heel lang blijven staan.’ Op de vraag of Jan het gevoel heeft dat hij iets geeft aan de stad, of dat de stad iets aan hem geeft, antwoordt hij: ‘Als de stad mij dit gebouw gegeven heeft, is dat een mooi cadeau. En als ik daar met mijn paar uurtjes op dinsdagavond een aandeel in heb, is dat een prima win-win.’
Wil je ook ontdekken wat vrijwilligerswerk jou kan bieden?
Honderden mogelijkheden, waar word jij blij van?! Bekijk alle vrijwilligersklussen online of vind jouw match in één gesprek – We helpen je graag op weg!
Interview: Maria van der Drift
Foto’s: Huub Zeeman



