“We willen het brede vrijwilligerswerk betrekken bij de participatiesamenleving”

16 april 2015
Maribi Gomez

Interview met Ella Vogelaar en Maribi Gomez

Ella Vogelaar, voorzitter van de vereniging Nederlandse Organisaties Vrijwilligerswerk (NOV) en Maribi Gomez, directeur van Vrijwilligers Centrale Amsterdam (VCA) met elkaar in gesprek over thema’s die speelden in 2014. En die ook in 2015 nog zullen spelen. Belangrijke conclusie: de discussie over de participatiesamenleving wordt versmald tot vrijwilligers in de zorg, maar het gaat om het brede palet aan vrijwilligerswerk.

Er zijn ook heel veel burgers die zeggen: wij zijn ontevreden over de dienstverlening, we gaan het zelf organiseren

Ella Vogelaar

Participatiesamenleving
Ella: “Wat wij steeds op de agenda proberen te zetten is: je kan de participatiesamenleving bekijken vanuit het perspectief van de overheid, die bezuinigt, met name in de zorg, en die zegt: er moet meer door burgers zelf worden gedaan, mantelzorgers en vrijwilligers moeten een grotere rol spelen.

Daarnaast is er ook vanuit een heel ander perspectief een beweging gaande. Vanuit burgers zelf, kijk naar allerlei buurt- en burgerinitiatieven die op het gebied van zorg en duurzaamheid als paddenstoelen uit de grond schieten. Het is niet alleen de overheid die dit agendeert, er zijn ook er heel veel burgers die zelf zeggen: wij zijn ontevreden over de dienstverlening, we gaan het zelf organiseren. Kijk naar zorgcoöperaties op allerlei plekken in het land. Dat zie je ook bij duurzaamheid. Wij willen zelf als burger dat er op dat gebied grotere stappen worden gezet, we wachten niet af maar we gaan in collectief verband zonnepanelen kopen of duurzame huizen bouwen. Dat vind ik mooi om te zien. Het is voor NOV, voor vrijwilligersorganisaties en vrijwilligerscentrales een kans: hoe gaan wij ons verhouden tot die nieuwe beweging in de samenleving?
Ik ben benieuwd hoe jullie daar als centrale over aan het nadenken zijn. Ik denk dat er heel veel te winnen is als we erin slagen dat niet naast elkaar te laten bestaan, maar om contact met elkaar te maken.”

Ella Vogelaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maribi: “Ik ben het helemaal met je eens. In een stad als Amsterdam gebeurt ontzettend veel. Twee jaar geleden hebben we de conferentie Kracht in 020 georganiseerd om allerlei initiatieven die we zagen in het land en in de stad zichtbaar te maken. We deden dit met innovatiesubsidie samen met OSA. We wilden deze nieuwe sociale initiatieven laten zien aan vrijwilligerscoördinatoren, aan mensen die bij de bestaande vrijwilligersorganisaties werken, om hen te inspireren. En dat doen we nog steeds.

Een voorbeeld was Wij krijgen kippen, een duurzaamheidproject dat is begonnen in Amsterdam Zuid. Zij hebben de ambitie om Amsterdam in 2028 voor 100% van lokaal duurzame energie te voorzien. Wij krijgen kippen is een groep mensen ontstaan vanuit bedrijven en bewoners en omarmd door stadsdeel Zuid, ze brengen mensen en initiatieven op dit gebied met elkaar in contact om van elkaar te leren en om elkaar te inspireren. Een ander voorbeeld is het sociale netwerk rondom zorg Wehelpen.nl. Alle presentaties en tips zijn verzameld in een digitale toolkit. Het klopt: het bruist heel erg. Er gebeuren heel veel goede dingen.”

We willen nieuwe sociale initiatieven laten zien aan vrijwilligerscoördinatoren om hen te inspireren

Maribi Gomez

Ella: “Wat betreft de participatiesamenleving is het voor NOV een belangrijk punt dat wij zien dat de hele discussie versmald dreigt te worden tot de zorg. Als je nadenkt over wat betekent nou die participatiesamenleving: dat mensen meer eigen verantwoordelijkheid nemen maar vooral dat ze deelnemen aan de samenleving. Daar waar mensen geïsoleerd of eenzaam zijn, moet er over nagedacht worden hoe we hen weer perspectief kunnen bieden om zich betrokken te voelen bij de samenleving. Als mensen psychosociale problemen hebben idem dito. Dat zijn de mensen die in de spreekkamer bij de huisarts komen met klachten, waarvan de huisarts denkt dat het geen lichamelijke klachten zijn. Heel vaak is dan de reflex: Daar moet zorg geleverd worden. Terwijl ik denk: kunnen die mensen niet iets leuks gaan doen? Met cultuur, met sport, in de buurt. Volgens mij hebben we ook een gemeenschappelijk belang om het brede vrijwilligerswerk, en niet alleen het vrijwilligerswerk in de zorg, in de participatiesamenleving te betrekken.”

Maribi Gomez

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Maribi (lachend): “Ik weet niet hoeveel strijd ik daarover de laatste vijf jaar al gevoerd heb met de gemeente Amsterdam. Ik geloof in onze kracht om juist het brede vrijwilligerswerk te ondersteunen, het is heel belangrijk dat mensen doen waar ze behoefte aan hebben of dat nou zorg is of cultuur of sport of met dieren, het maakt niet uit. Daar staan we voor. We zien dat dit de laatste tijd wel breder wordt gedragen.”

Ik ben ervan overtuigd dat heel veel mensen in dat brede vrijwilligerswerk tot hun recht kunnen komen

Ella Vogelaar

Ella: “Dit is iets waar we met elkaar een heel belangrijk punt van moeten maken. Ook omdat ik denk dat het de samenleving meer oplevert. Ik ben ervan overtuigd dat heel veel mensen in dat brede vrijwilligerswerk tot hun recht kunnen komen, en je daarmee een hele effectieve bijdrage levert.”

Informele zorg
Ella: “Hoe zou je ervoor kunnen zorgen dat de vrijwilligers die al actief zijn in de zorg, aanvullend worden, om het netwerk van mensen die een zorgvraag hebben heen. Soms willen mensen ook niet dat het je buurman of buurvrouw is die je komt helpen. Maar juist iemand die op een iets grotere afstand staat. Het lijkt wel alsof er door de overheid vooral wordt gekeken naar het directe netwerk om mensen zelf, en die vrijwilligers die er al jaren zijn, zitten als het ware niet op het netvlies.”

Maribi: “Ik kan me voorstellen voor de kleine klusjes zoals boodschappen doen de buren een goede optie zijn. Het hangt af van wat voor zorg er nodig is. Als het wat dichterbij komt, is een vrijwilliger misschien prettiger. Wat ik wel een spannende vind is hoe gaan we dat regelen? Mijn moeder heeft een tijd veel zorg nodig gehad na een heupoperatie, toen hebben we veel zelf opgelost als kinderen. Toen dacht ik, hoe zouden we het nu vinden als er een vreemde zou komen om haar te helpen met het ontbijt, de post, huishoudelijke dingen? Toen merkte ik het verschil tussen de thuiszorg die komt vanuit een organisatie en iemand die je niet kent.
Met de thuiszorg heb je een keukentafelgesprek gehad, het is een organisatie en dan lijkt het alsof het daarmee goed is, vertrouwd. Al die dingen die je nu via internet doet, dat laat je dat een beetje los. Wat zijn de consequenties daarvan?”

Ik vind één van de dilemma’s van deze tijd: hoe gaan we om met veiligheid?

Maribi Gomez

Ella: “Ik neem aan dat jullie vrijwilligers wel screenen?”

Maribi: “Wij bemiddelen geen vrijwilligers naar particulieren, maar er zijn inmiddels heel veel organisaties die dat wel doen zoals Wehelpen, Burennetwerk. Er wordt gezegd dat een zorgvrager het eerste gesprek nooit alleen moet voeren, als kind kun je daarbij zijn, dan kun je aanvoelen of het klikt. Ik vind één van de dilemma’s van deze tijd: hoe gaan we om met veiligheid?”

Ella: “Ik zou mensen altijd adviseren, als er via online kanalen contact tot stand komt met een vrijwilliger, om eerst een gesprek te voeren om het gevoel te krijgen of het klopt. Jullie als centrale kunnen daar ook over adviseren. Wat voor ondersteuning kunnen wij bieden zodat je de risico’s zo klein mogelijk maakt?”

Maribi: “We zijn een aantal jaar geleden begonnen met het project Preventie seksueel misbruik, dat zich richt op vrijwilligersorganisaties die met minderjarigen werken, om te voorkomen dat vrijwilligers seksueel misbruik plegen. Dat project wordt nu in overleg met de gemeente verbreed naar alle organisaties met kwetsbare doelgroepen zoals mensen met een lichamelijke of psychische beperking. Het is belangrijk dat mensen zich bewust worden van de risico’s en weten op welke manier je bijvoorbeeld goede gesprekken voert. We gaan een aantal dingen loslaten, we kunnen niet alles controleren.”

Ella: “Preventie seksueel misbruik is ook voor NOV een belangrijk thema, dit jaar starten we met het tuchtrecht en een registratielijst met mensen die veroordeeld zijn. Maar met regels alleen redden we het niet, het gaat er steeds weer opnieuw over om het gesprek te voeren, door als vrijwilligerscentrale te adviseren en tips te geven over hoe je in deze situatie de risico’s zo klein mogelijk kan houden. Tegelijkertijd moeten we realistisch zijn: risico’s uitsluiten dat kunnen we nooit.”

Ella Vogelaar

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Amsterdam
Ella: “Hoe is jullie relatie met de gemeente Amsterdam? Vanuit NOV is het belangrijk om een centrale boodschap uit te dragen: Prachtig die participatiesamenleving, maar als je dit echt een kans van slagen wil geven, moet je er wel voor zorgen dat er een goede ondersteuningsstructuur is, waarin vrijwilligerscentrales een belangrijke rol spelen. Mijn beeld is dat daar door gemeentes heel wisselend mee om wordt gegaan. Sommige gemeentes beseffen dat en investeren daar ook in en anderen hebben in het kader van bezuinigingen de neiging om dat te marginaliseren.”

Maribi: “Amsterdam heeft het op verschillende manieren georganiseerd. Wij bestaan als centrale al 25 jaar en al 25 jaar krijgen we dezelfde subsidie, onze basis. En omdat we in een paar stadsdelen zitten, krijgen we subsidies vanuit de stadsdelen.
We zijn er heel blij mee dat er op ons niet is bezuinigd. Aan de andere kant als je gaat kijken hoeveel aandacht er is voor de participatiemaatschappij en het vrijwilligerswerk, dan zou je denken dat we enorm moeten groeien. Dat is dus niet gebeurd. We groeien incidenteel op projectmatige basis met innovatieve dingen die we ontwikkelen. Daar investeert de gemeente ook nog steeds in.”

Onze kracht is dat we centraal voor heel Amsterdam van alles ontwikkelen en dat we ondersteunen en kennis delen in de gebieden

Maribi Gomez

“In Amsterdam heb je bovendien niet alleen de centrale, we hebben ook de Vrijwilligersacademie, die zich inzet voor de deskundigheidsbevordering van vrijwilligers, stichting laluz, Amsterdam Cares, en andere organisaties die zich ook in dit speelveld begeven. En daar investeert de gemeente Amsterdam ook in. Wat ons onderscheidt van de andere clubs is dat we er voor heel Amsterdam zijn, voor alle doelgroepen en voor alle soorten vrijwilligerswerk. De andere organisaties zitten op een onderdeel.

Onze kracht is dat we centraal voor heel Amsterdam van alles ontwikkelen en dat we ook veel ondersteunen en kennis delen in de gebieden. Een voorbeeld: We zagen dat er wel heel veel bemiddelingen van mensen uit stadsdeel West plaatsvonden via onze vacaturebank, terwijl we er fysiek niet zitten. Daar zijn we over in gesprek geraakt met het steunpunt dat er zit. Nu hebben we een samenwerking tot stand gebracht waardoor onze vacatures in West op hun site staan.”

Verplicht vrijwilligerswerk
Ella: “Daar zijn we absoluut niet voor. In de participatiewet stond eerst dat gemeenten verplicht werden om uitkeringsgerechtigden te verplichten vrijwilligerswerk te doen. We hebben toen met een aantal organisaties lobby gevoerd en dat heeft ertoe geleid dat er nu in staat dat gemeentes het kunnen verplichten. Gemeentes moeten daar zelf een beslissing over nemen. Dat betekent dat lokale vrijwilligersorganisaties en vrijwilligerscentrales naar gemeentes toe duidelijk moeten maken dat dit geen goede manier is vrijwilligers te vinden en te binden.

Het is jouw verantwoordelijkheid als begeleider bij de sociale dienst om iemand te laten inzien dat het in zijn eigen belang is om vrijwilligerswerk te gaan doen

Ella Vogelaar

“Als een medewerker van een sociale dienst in het kader van de Participatiewet iemand die een beroep op de bijstand doet, verplicht om vrijwilligerswerk te gaan doen, dat is toch een brevet van onvermogen? En dat zeg ik zo scherp, omdat ik het ook belangrijk vind dat met mensen met een uitkering een gesprek gevoerd wordt, dat het voor hun eigen ontwikkeling belangrijk is dat ze participeren in de samenleving. We weten uit allerlei onderzoeken naar mensen die in een uitkeringssituatie zitten, dat die heel snel in een isolement raken, dat de eigenwaarde afneemt, al die mechanismes die kennen we. Vanuit dat perspectief is het enorm belangrijk dat mensen iets doen als ze een uitkering hebben, dat je dat stimuleert. Het is jouw verantwoordelijkheid als begeleider bij de sociale dienst om iemand te laten inzien dat het in zijn eigen belang is. Als je dat niet lukt, dan schiet je tekort in je dienstverlening.”

Maribi: “Ik ben blij dat mensen in Amsterdam niet verplicht worden om vrijwilligerswerk te doen. Het leuke is dat we nu ingehuurd worden om die motiverende gesprekken te voeren. We zijn vorig jaar begonnen in Zuid met meerdere gesprekken te voeren met mensen die al langer in de bijstand zitten en voor wie betaald werk voorlopig niet haalbaar is. Ze worden naar ons verwezen via het Participatiecentrum.

We hebben geëxperimenteerd met combinaties van werken in groepen zodat ze er met elkaar over kunnen praten en individuele coaching. We gaan het dit jaar voortzetten in Zuid. Je kunt mensen bijna altijd mobiliseren om wat te gaan doen als je de tijd ervoor neemt, aansluit bij talenten en wensen. En als het niet lukt, dan weet je ook wat de reden is dat het niet lukt. Het kan zijn dat ze teveel problemen hebben. We dwingen nooit mensen om vrijwilligerswerk te gaan doen.”

 

Je kunt mensen bijna altijd mobiliseren om wat te gaan doen als je de tijd ervoor neemt, aansluit bij talenten en wensen

Maribi Gomez

WW
Ella: “We hadden afgelopen jaar ook nog te maken met mensen die een WW uitkering hebben, die mochten juist geen vrijwilligerswerk doen. We hadden te maken met een schizofrene overheid. Daar hebben we ook een behoorlijke lobby op gevoerd die ertoe heeft geleid dat het ministerie van Sociale Zaken nu een nieuwe regeling heeft gemaakt waar meer mogelijkheden in zitten om vrijwilligerswerk met behoud van een WW uitkering te gaan doen. We zijn zelf nog wel een beetje huiverig over de manier waarop ze het geregeld hebben of dat nou ook gaat werken.

Het UWV had twee redeneringen: je kan geen vrijwilligerswerk doen want je moet honderd procent beschikbaar zijn voor de arbeidsmarkt en de toets op verdringing van reguliere arbeid. Als een taak van een vrijwilliger eerder door een betaalde kracht werd uitgevoerd dan werd dat gezien als verdringing van reguliere arbeid. Dat is natuurlijk niet houdbaar. Wij hebben gezegd: je kan niet als overheid aan de ene kant bezuinigen en burgers vragen de eigen verantwoordelijkheid te nemen en aan de andere kant zodra iemand in de WW zit: je mag niks doen.”

Grenzen
Maribi: “We hadden vroeger duidelijke regels met wie we samenwerken; organisaties zonder winstoogmerk, ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Toen kwamen de buurtinitiatieven. Toen zeiden we als het buurtinitiatief gesubsidieerd wordt door de gemeente Amsterdam, dan doen we het wel. Laatst hadden we een voorbeeld van een zzp-er die met vrijwilligers wilde werken voor een jongerenproject. Toen dacht ik ja, zzp-er dat is je eigen broek ophouden, hoe gaan we hier nou weer mee om? Uiteindelijk is voor een constructie gekozen dat de vrijwilligers onder de welzijnstichting vielen. Toen dacht ik: nu zijn we omwegen aan het maken. Klopt dit of niet? Wij moeten nadenken over hoe we ons hiertoe verhouden. BV’s richten zich ook steeds vaker op het maatschappelijk veld. Wat is het verschil eigenlijk tussen een stichting, een zzp-er of een BV als ze een maatschappelijk doel dienen? Het verschuift heel erg.”

Er is een soort schemergebied waarbij we steeds moeten kijken: vinden wij dit nog acceptabel of niet

Ella Vogelaar

Ella: “Vrijwilligerswerk is voor mij dat mensen zelf beslissen wat ze willen doen, dat ze er gemotiveerd voor zijn om dat te doen, dat het hun eigen keuze is, dat niet door de overheid of een bedrijf opgedrongen wordt. Je doet het omdat je wat wilt betekenen voor de samenleving, voor je medemens, je krijgt er niet voor betaald, je krijgt er hooguit een vergoeding voor.
Welke organisaties mogen dat doen? Ja, ik denk dat dat enorm in beweging is, dat is niet met een schaartje te knippen, naar mijn idee zou je steeds per geval moeten kijken van klopt dit, vind ik dit wel of niet passen? Een zzp-er moet z’n eigen broek ophouden, maar dat zijn mensen die vaak een inkomen hebben dat minder is dan mensen die bij een stichting op de loonlijst staan. Dus als die een sociaal project doen en daar vrijwilligers bij willen betrekken, is daar naar mijn idee niks mis mee. Als het maar mensen zijn die het uit eigen keuze doen. Iets anders wordt het als het een groot commercieel bedrijf is. Er is een soort schemergebied waarbij we steeds moeten kijken: vinden wij dit nog acceptabel of niet.”