Een volwaardige plek in de stad

1 april 2016
arjan-vliegenthart

Interview met wethouder Arjan Vliegenthart

“Zoveel mogelijk mensen een volwaardige plek geven in de stad. Niet alleen door betaald werk, maar ook door middel van vrijwilligerswerk.” Dat is de grote ambitie van wethouder Arjan Vliegenthart (1978). Het nieuwste instrument dat hij daarbij inzet is onlangs door de gemeenteraad aanvaard: 75% van de werklozen in Amsterdam hoeft niet meer te solliciteren en mag vrijwilligerswerk gaan doen. Arjan Vliegenthart neemt zijn portefeuille Werk, inkomen en participatie zeer serieus: “Amsterdam heeft 40.000 werklozen. De economie trekt weliswaar aan, maar voor een grote groep is er geen passend werk meer te vinden. Vooral laag opgeleiden, zowel in de zorg als in bedrijven op de Zuidas, vliegen er uit.”

Eigenwaarde
Veel langdurig werklozen zijn tot de conclusie gekomen dat er niet langer op hen wordt gewacht en dat niemand ze nodig heeft: “En dat doet iets met mensen, het gaat knagen aan hun eigenwaarde. Daarom zoeken we een plek voor ze waar iedereen blij is dat ze er zijn.”
De politicoloog Vliegenthart was directeur van het wetenschappelijk bureau van de SP, voorzitter van het Amsterdamse afdelingsbestuur van zijn partij en zat zeven jaar de Eerste Kamer voordat hij wethouder werd in Amsterdam, de stad waar hij opgroeide. Het verschil met zijn vorige banen is dat hij nu veel dichter bij mensen zit en bezig kan zijn met wat hij geregeld wil hebben in plaats van “alleen maar vinden dat er van alles geregeld moet worden.”

Het gaat knagen aan hun eigenwaarde. Daarom zoeken we een plek voor ze waar iedereen blij is dat ze er zijn.

Afschrijven
Dat gaat natuurlijk niet zonder slag of stoot, des te meer voldoening geeft het als lukt wat hij wil: “We hebben in de gemeenteraad onlangs een stevig debat gehad over dit beleid om een groot aantal mensen in de bijstand vrijwilligerswerk te laten doen en te ontheffen van sollicitatieplicht, dat overigens al langer bestaat. Sommigen vonden dat we mensen op deze manier afschrijven. Maar ik heb uitgelegd dat je mensen niet afwijst, maar juist extra toewijst. Een plek waar ze nog van waarde kunnen zijn in plaats van dat je tegen ze zegt: jij bent niet van waarde want je kunt niet werken.”

Uiteindelijk steunde de meerderheid van de raad hem. Het leukste vond hij de reactie van een werkgever: “Goed dat je dit gedaan hebt, het scheelt mij stapels brieven van sollicitanten die niet gekwalificeerd zijn voor de vacature die ik uitzet en die ik allemaal moet beantwoorden.”

Voorlezen
Vliegenthart woont met zijn gezin in Slotervaart en doet zelf ook vrijwilligerswerk. Elke vrijdag leest hij voor op de school van zijn jongste dochter: “Een vader die voorleest, voor een deel van de klas is dat ongehoord. Misschien leest mama voor of wordt er thuis helemaal niet voorgelezen, maar een papa die voorleest, dat hoort niet. Je moet de impact daarvan niet onderschatten.” Betrokkenheid bij de school van je kinderen is voor Vliegenthart een vorm van participatie.

Je kunt wel blijven steken in de gedachte dat het een betaalde baan zou moeten zijn, maar als het uitzicht is dat die er voorlopig niet komt, wees dan maar blij dat er mensen zijn die hun handen uit de mouwen willen steken.

Een van de zorgelijke punten in de huidige maatschappij is dat veel betaalde banen, vooral in de culturele sector en in de zorg, na de bezuinigingen zijn ingevuld door vrijwilligers: “Dat is een van de moeilijke kanten. We proberen zorgvuldig te kijken of vrijwilligerswerk betaald werk verdringt of niet. We kijken naar werk dat anders niet zou worden gedaan. Je kunt wel blijven steken in de gedachte dat het een betaalde baan zou moeten zijn, maar als het uitzicht is dat die er voorlopig niet komt, wees dan maar blij dat er mensen zijn die hun handen uit de mouwen willen steken.”

Pendule
“Ik zie het onderscheid tussen betaald werk en vrijwilligerswerk als een pendule. Het verschuift in de tijd. Mijn overgrootmoeder zat in een bejaardentehuis en mijn oma ging daar elke week heen om haar te helpen en met haar te wandelen. Er was toen niemand anders die dat kon doen in zo’n tehuis. En niemand die dacht dat dat eigenlijk een betaalde baan zou moeten zijn. Daar gaan we nu een beetje naar terug.”

We mogen ons ongelooflijk rijk noemen dat er zoveel mensen zijn die zich om niet inzetten om er voor te zorgen dat het een beetje leuk en sociaal blijft.

Omdat hij ook armoedebeleid in zijn portefeuille heeft ziet hij van dichtbij hoe men in Amsterdam vorm geeft aan het omzien naar elkaar: “Ik meen het serieus, als we het vanuit het Stadhuis in ons uppie moesten doen zou het grandioos mis gaan. Vrijwilligers bij de welzijnsinstellingen, in de kerken, de moskeeën, we mogen ons ongelooflijk rijk noemen dat er zoveel mensen zijn die zich om niet inzetten om er voor te zorgen dat het een beetje leuk en sociaal blijft. Die naar elkaar kijken in plaats van met zichzelf bezig te zijn. De Vrijwilligerscentrale speelt daarin een belangrijke rol. Vooral in het bevorderen van de kwaliteit van de organisaties die met vrijwilligers werken.”

 

Dit interview is geschreven door Anneke Groen, in het kader van het Jaarverslag 2015 van Vrijwilligers Centrale Amsterdam. Lees hier het Jaarverslag.