“Bij verdenking van seksueel misbruik, stappen wij naar de politie”

Speelgoed in duinzand

Remco Viersma (45) is sinds 2004 bestuurslid bij stichting Christelijk Kindervakantiedagkamp De Duinrakkers. In de eerste drie weken van de schoolvakantie gaan vrijwillige begeleiders met kinderen de duinen in voor een week vol sport en spel. “Veiligheid vind ik essentieel. Als het niet op een veilige manier kan, wil ik niet de verantwoordelijkheid dragen voor 250 kinderen.”

Sinds wanneer zijn jullie bezig met het thema ‘In Veilige Handen’?
“Vier jaar geleden kwamen wij in aanraking met het project In Veilige Handen. Meteen na de eerste bijeenkomst hebben wij als bestuur besloten om gedragsregels op te stellen. Omdat we duidelijkheid wilden scheppen, zowel voor de ouders, de kinderen en de vrijwilligers: zo gaan we met elkaar om.”

Hoe zorg je ervoor dat jullie vrijwilligers veilig zijn voor de kinderen?
“Essentieel is voor ons de gedragscode. Deze is ondertekend door alle vrijwilligers. Hier staat zwart op wit hoe we met elkaar om gaan en waar de grenzen liggen. Op ieder vlak. Vorig jaar hebben we een nieuwe regel toegevoegd: als er een verdenking van seksueel misbruik is, wordt er meteen naar de politie gestapt. Hiermee laten we zien dat we het echt serieus aanpakken. En, wanneer er geruchten zijn, het verder aan de expertise van de politie overlaten.”

Ik let dan op houding, lichaamstaal en manier van antwoord geven. Puur gevoel. Vertrouw ik jou of niet?

“Daarnaast hebben wij nog andere preventieve maatregelen. Zo moeten vrijwilligers bij ons in het bezit zijn van een VOG. Ook zit ik er bij een intake altijd bij. Omdat ik een gevoel wil hebben bij een vrijwilliger die we op pad sturen met kinderen. Durf ik jou mijn kinderen mee te geven? Ik let dan op houding, lichaamstaal en manier van antwoord geven. Puur gevoel. Vertrouw ik jou of niet? Het is wel eens gebeurd dat we na een eerste intake geen goed gevoel bij iemand hadden en niet verder zijn gegaan met die persoon.”

“Verder hebben we een zwemprotocol, met regels over het water in gaan, toezicht houden, zonnebrand smeren en naar het toilet gaan. Het vier ogen principe is hierbij essentieel voor ons. Ook voeren we gesprekken met alle begeleiders over hoe om te gaan met het grootste bezit van ouders. Tijdens het kamp hebben we elke vrijdagavond een onderlinge evaluatie, waar iedereen elkaar kan aanspreken.”

Hebben jullie succes met deze aanpak?
“Sinds vorig jaar gebeurt het dat begeleiders elkaar onderling aanspreken op gedrag dat in de gedragscode staat. Ik vind het heel fijn dat dit onderling nu ook gebeurt, en niet meer alleen door het bestuur. Een teken dat de gedragscode inmiddels dusdanig wordt gedragen op de werkvloer, dat mensen nu ook zelf verantwoordelijkheid voor de veiligheid nemen. Dit is in mijn ogen de grootste overwinning die we kunnen behalen. Een vooruitgang die het nog veiliger maakt.”

 

Op het kamp zelf is alertheid dagelijkse kost.

Is preventie van seksueel misbruik iets ‘simpels’?
“Simpel is het zeker niet. Het is een gevoelig thema. Je moet altijd alert blijven. En, het is nooit klaar. Ik ben heel blij met de informatie die we aangereikt hebben gekregen tijdens de bijeenkomsten van In Veilige Handen, daar hebben we zeker ons voordeel mee gedaan. Al blijft het lastig, omdat we één kamp per jaar draaien en dus de kinderen maar drie weken per jaar hebben. Dat is kort. En jaarlijks wisselen veel begeleiders. Dat maakt het moeilijk om daar op lange termijn echt een beleid op te hebben. We hebben voorafgaand aan het kamp altijd gemiddeld twee à drie begeleidersavonden, waar uiteraard ook dit thema wordt besproken. Op het kamp zelf is alertheid dagelijkse kost.”

Is het een lastig onderwerp om over te praten?
“Vanuit het bestuur zeg ik: Nee. Want we hebben het er samen regelmatig over. Ook met vrijwilligers die al in het werkveld werkzaam zijn, is het geen lastig onderwerp. Zij begrijpen het belang. Echter, vrijwilligers die niet gewend zijn om met kinderen om te gaan, daarbij merken we wel dat seksueel misbruik een lastig thema is.”

Is er veel weerstand?
“In eerste instantie soms wel. We werken met jonge vrijwilligers; veelal tussen de 18 en 30 jaar. Zij doen bijna allemaal nog een opleiding. Dit werk doen zij in hun zomervakantie. Zij denken in het begin: Yes, drie weken lang plezier maken. De weerstand zit hem dan met name in de regels die opgelegd worden. Dat wij zeggen hoe ze met kinderen om moeten gaan. Wat wel en niet mag.”

“Vaak zie ik non verbaal dat ze er in eerste instantie de zin niet van inzien. Zoals het vier ogen principe. Want als ze met hun nichtje weg gaan, doen ze dat ook alleen. Soms is daarom een goed gesprek nodig om nieuwe vrijwilligers ervan te overtuigen dat je het grootste bezit van ouders meeneemt, en dat zij hun vertrouwen in onze handen leggen. Dat zorgt voor meer begrip. Ze snappen dan beter hoe belangrijk veiligheid is en welke verantwoordelijkheid ze dragen. In het uiterste geval zeggen we: als je je handtekening niet onder de gedragscode wil zetten, kunnen we niet verder met elkaar. Maar dat is nog nooit gebeurd.”

Ze snappen dan beter hoe belangrijk veiligheid is en welke verantwoordelijkheid ze dragen.

 

Is het wel eens misgegaan?
“Incidenten zijn wel eens voorgekomen. Eén keer kwamen er geruchten dat een van de mannelijke begeleiders wel erg knuffelig was met de kinderen. Hoe moeten we hier mee om gaan? vroegen we ons als bestuur af. In zo’n geval is de gedragscode een heel duidelijk hulpmiddel om op terug te grijpen. Daar staat heel helder in hoe we met elkaar om gaan. De regel over de politie stond er toen nog niet in, dus we zijn toen het gesprek aan gegaan bij hem thuis, met zijn ouders erbij. We hebben hier echt de tijd voor genomen. En uitgelegd wat de geluiden waren, waar we tegen aan liepen, wat eventuele gevolgen konden zijn en dat we dit niet konden tolereren. Gelukkig reageerde hij er heel goed op. En begreep hij dat hij niet meer mee kon op kamp.”

Wat is het belangrijkste dat je hebt geleerd in de afgelopen jaren?
“Tijdens een van de bijeenkomsten van het project In Veilige Handen hebben we de film Jagten gezien. Eigenlijk vind ik dat elke vrijwilliger die met kinderen werkt of gaat werken deze verplicht moet kijken. Het geeft zo goed aan hoe gedrag verkeerd geïnterpreteerd kan worden, en hoe het uit de hand kan lopen. De film kwam echt binnen bij mij. In elk gesprek dat ik voer met vrijwilligers, noem ik Jagten. Aankomend jaar ga ik momenten organiseren om met een groep begeleiders de film gezamenlijk te kijken en hier samen over te praten.”

Wat kan VCA nog meer doen?
“Ik denk dat het goed zou werken als iedere organisatie die met kinderen werkt af en toe een extern iemand kan inhuren, die tijdens groepsbijeenkomsten met vrijwilligers komt vertellen over het thema preventie seksueel misbruik en belangrijke punten aanstipt. Dat loont zeker, want het maakt toch meer indruk dan wanneer de hoofdbegeleider of iemand van het bestuur hierover vertelt. Dat zal bijdragen aan de veiligheid en het bewust maken van begeleiders.”

Advies over preventie seksueel misbruik
Heeft u advies nodig om uw organisatie veiliger te maken? Dan bent u als Amsterdamse organisatie aan het goede adres bij VCA. We geven regelmatig trainingen en workshops over dit onderwerp. U kunt ook gratis een online individueel adviestraject in combinatie met een gesprek volgen. Bekijk het adviestraject.