Informatisering
In onze samenleving wordt het steeds makkelijker om informatie te verkrijgen en te verspreiden via internet. Ook kunnen mensen makkelijk met elkaar communiceren, elkaar vinden op een bepaald onderwerp.
Effect:
Door de makkelijke verspreiding van informatie via internet en het opbouwen van netwerken, zijn burgerinitiatieven sneller en eenvoudiger te organiseren. Vrijwilligers worden steeds meer geworven via digitale vacaturebanken, maatschappelijke organisaties kunnen via de sites van vrijwilligerscentrales en provinciale en landelijke koepelorganisaties makkelijk voorzien van informatie.
Er ontstaan nieuwe vormen van vrijwilligerswerk, zoals mail- en sms-acties of chatprojecten. Er zijn nieuwe vrijwilligers nodig die websites bijhouden, nieuwsbrieven schrijven en vrijwilligers die onervaren gebruikers instrueren.
Humanisering
Humanisering is een reactie op de enorme wereldwijde mogelijkheden. Aan trends als technologisering en globalisering hangt een prijskaartje: ‘global warming’ en terrorisme. Er komt weer aandacht voor de zin van dit alles, voor lokale verschillen en kleinschaligheid, voor groepsverbanden en culturele diversiteit.
Effect:
Er zijn veel initiatieven op het gebied van leefbaarheid van de lokale samenleving. Er zijn kleine lokale groepen, maar ook grote organisaties die hierop inspelen met aansprekende acties, zoals adopteereenkip.nl. De problematiek van de bio-industrie wordt teruggebracht tot één kip waarvan je de eieren kunt ophalen in de natuurvoedingswinkel.
Er ontstaan ook meer initiatieven rondom de multiculturele samenleving. Mensen zijn in voor interculturele ontmoetingen en activiteiten die burgers met verschillende achtergronden bij elkaar brengen.
Regionalisering
Regionalisering is een antwoord op globalisering. Wie zijn we? Waar ligt onze identiteit? Regionalisering uit zich in het Oranjegevoel bij sportwedstrijden, de populariteit van het Koningshuis, de interesse voor onze geschiedenis. Op regionaal niveau zijn er open monumentendagen, kastelenweekends en demonstraties van oude ambachten. Ook interesse voor het land van herkomst, de religieuze wortels of de migratiegeschiedenis zijn hier uitingsvormen van.
Effect:
Er is veel belangstelling voor activiteiten en organisaties die op het lokale en streekeigene gericht zijn. Denk aan historische verenigingen, kleine musea, molens, forten en kerken.
Vergrijzing
Door de toegenomen levensverwachting en het afgenomen geboortecijfers, hebben we te maken met een ‘dubbele vergrijzing’. In 2030 zal meer dan één op de drie inwoners van Nederland boven de 55 jaar zijn. In 2005 was dit één op de vier. De generatie die nu oud wordt, de babyboomers, zijn een eigenwijze generatie: kritisch en zelfverzekerd. Om de zorg betaalbaar te houden en om vacatures te vervullen, worden senioren zo lang mogelijk aan het werk gehouden. Toch hebben zij gemiddeld genomen de meeste vrije tijd.
Effect:
Vitale senioren vormen in veel lokale organisaties een drijvende kracht. Zij hebben de tijd en de capaciteiten om de zaak op poten te zetten of een bezwaarschrift te schrijven.
Risicobeheersing
Hoewel we in een welvarend land leven, zijn er risico’s waar we geen invloed op hebben. Het sociaal vangnet van de kerk of de staat ontbreekt steeds vaker. We zijn bang geworden om onze verworvenheden kwijt te raken en minder gewend om tegenslagen te incasseren. We dekken ons in en gaat er iets mis, dan is daar de schadeclaim om de kosten en het leed te verzachten. Maatschappelijke risico’s staan, na de aanslagen op 11 september, de moorden op Fortuin en Van Gogh weer bovenaan de agenda.
Effect:
Lokale organisaties worden geconfronteerd met de vraag naar zekerheid. De overheid stelt regels op om burgers te beschermen. Ook medewerkers zelf zijn kritischer ten opzichte van de veiligheid.
Polarisering
In de jaren 70 en 80 was tolerantie vanzelfsprekend, veelkleurigheid en individuele vrijheid een groot goed. Door de verzorgingsstaat had iedereen een bestaanszekerheid. Nu is de burger zelf verantwoordelijk voor een groot aantal zaken: pensioen, zorgverzekering, energie, telefoon. Dit is allemaal geprivatiseerd; er zijn meerdere aanbieders en mogelijkheden. Burgers moeten alert zijn dat ze niet teveel betalen en de juiste service krijgen. Ze worden kritisch en achterdochtig. Je moet opkomen voor je rechten, belangen en identiteit. Er ontstaan nieuwe tweedelingen: tussen mensen met en zonder toegang tot de kenniseconomie, tussen oude en nieuwe Nederlanders, tussen mensen van verschillende generaties.
Effect:
Het tekort aan bestuursleden heeft wellicht te maken met het feit dat vooral een bestuur het mikpunt is van onvrede. De moderne burger heeft geen interesse in het ‘pluche’, en zit liever tijdelijk in een comité. Uit onvrede ontstaan vele initatieven.
Bron: Lokaal onder de Loep, trendrapport vrijwillige inzet 2008, van Movisie


