Hoe laat je leerlingen kennismaken met vrijwilligerswerk en de samenleving?

rachida mas

De maatschappelijke stage is een schoolvoorbeeld voor een goede kennismaking met maatschappelijke organisaties waar zowel professionals als vrijwilligers werkzaam zijn. Ondanks dat de maatschappelijke stages wettelijk niet meer verplicht zijn, is het voor de Bredero Mavo, in Noord, nog altijd een belangrijk onderdeel in het onderwijsprogramma.

 

De week van 27 juni stond voor de VMBO-leerlingen van Bredero Mavo dan ook in het teken van de maatschappelijke stage. Dit betekende voor de eerstejaars leerlingen dat zij door bevlogen gastdocenten van maatschappelijk organisaties  op een interactieve manier werden geïnformeerd over vrijwilligerswerk.  Het werd een gevarieerd programma, met bijdragen van onder meer Stichting Spin, de Protestante Diaconie, het Leefkringhuis, Stichting Dock, en Stichting SINA (Samen is niet Alleen). De leerlingen konden op deze manier al een klein beetje snuffelen aan de maatschappelijke stages.

Leren
Gastdocent George Kanis, werkzaam  bij buurtrestaurant Resto van Harte, waarbij het bestrijden van eenzaamheid en sociaal isolement centraal staat, hoefde niet lang na te denken toen hij werd gevraagd om ook een gastles te verzorgen. Hij weet immers het belang van een maatschappelijke stage en informeert leerlingen graag over de mogelijkheden. De leerlingen mogen bij Resto van Harte diverse werkzaamheden verrichten, zoals het meehelpen bij het inkopen, voorbereidingen treffen in de keuken, de gasten verwelkomen of het helpen afruimen na afloop. Op deze manier leren de kinderen te organiseren,  samen te werken en komen ze in aanraking met verschillende groepen mensen.

Een groetenkaart
De tweedejaars leerlingen mochten deze week daadwerkelijk aan de slag. In samenwerking met Amnesty  International werd hier invulling aan gegeven. De leerlingen kregen vooraf eerst een algemene les, waarin mensenrechtenthema’s als discriminatie, vrijheid van meningsuiting en recht op een menswaardig bestaan werden besproken. Deze les werd afgesloten met een schrijfactie: leerlingen hebben aan gevangenen in het buitenland een groetenkaart geschreven . Nog zeer onder de indruk van de introductieles, werden de kaarten vol overgave geschreven.

“Misschien kan ik op de basisschool van mijn zusje ook een les geven over Amnesty?”

In actie
Vervolgens konden de leerlingen de benen strekken en van start gaan met de handtekeningenactie. Speciaal voor leerlingen heeft Amnesty International petitielijsten beschikbaar om in actie te komen tegen schendingen van mensenrechten en kinderrechten. Deze petitie is gericht aan onze eigen premier Rutte om er voor te zorgen dat kwetsbare vluchtelingen veilig naar Europa kunnen en om in Nederland meer van deze vluchtelingen te verwelkomen.

Overtuigingskracht
De leerlingen gaan in kleine groepjes het winkelcentrum van Amsterdam Noord in om zoveel mogelijk handtekeningen op te halen. Eén ding wordt al heel snel duidelijk; de leerlingen laten er geen gras over groeien; vol overtuiging spreken zij het winkelend publiek aan en proberen ze de mensen te overtuigen om de petitie te ondertekenen. Al vrij snel stromen de handtekeningen binnen. “Het was heel leuk om te doen en niet moeilijk,” vertelt Fauzana (14), “vooral oudere mensen en koppels wilden graag een handtekening zetten.” “En het is fijn om zo de vluchtelingen te kunnen supporten!” vult Udelvio (14) aan.

Als afsluiting van de dag wordt er nog eens flink gedebatteerd. Onderwerpen als de doodstraf, wapenbezit en leerplicht worden zeer serieus onder de loep genomen. De leerlingen bereiden eerst het debat voor door goede voor- en tegenargumenten op te zoeken op internet om hun standpunt te onderbouwen. Dat de leerlingen op deze dag als minivolwassenen worden gezien, blijkt wel uit de stevige argumenten over en weer.

Vervolg?
Als aandenken aan hun actieve bijdrage krijgen alle leerlingen een mooie Amnesty-tas, waarmee de dag ten einde komt. De klas loopt langzaamaan leeg en de begeleiders praten nog even na. Een leerling komt nog even terug, bedankt de begeleiders en gaat in overleg met iemand van Amnesty om de mogelijkheden te bespreken voor een vervolg: “Misschien kan ik op de basisschool van mijn zusje ook een les geven over Amnesty International?” Wat een mooie afsluiting.